Interview verkeersexpert Hajo Beeckman: Daarom meert u dagelijks aan in de staart van de file

Hajo Beeckman

Files hebben volgens verkeersexpert Hajo Beeckman vooral een maatschappelijke oorzaak. Sinds de opkomst van de wagen in de jaren 60 kregen we in België steeds meer te maken met versnippering op het vlak van ruimtelijke ordening. Hierdoor ontstaan grotere steden die leiden tot meer verplaatsingen van de inwoners en tewerkgestelden in die stedelijke omgevingen. “Congestie in de zuivere zin van het woord zag je al in het Oude Rome of het Middeleeuwse Parijs. Daar stonden ook files, maar dan van karren en paarden”, steekt Hajo Beeckman met een knipoog van wal.

Een groeiende economie, sociale ontwikkelingen, ruimtelijke
versnippering, verstedelijking, een beter inkomen en de handel: dat zijn de
factoren die de verkeersproblemen van vandaag door de jaren heen hebben
veroorzaakt. Om de groeiende verplaatsingen te faciliteren kan een stad immers
infrastructuur bouwen, maar die komt er echter meestal met een achterstand wat
resulteert in een mismatch tussen de nood aan verplaatsingen en de beschikbare
infrastructuur.

Hoe komen die files –
naast de maatschappelijk oorzaak – dan technisch gezien tot stand?

Hajo Beeckman: “Uiteraard kunnen files op elk soort weg voorkomen, maar laat ons de congestie op een autosnelweg even nemen als voorbeeld. Je hebt een bepaald aanbod van aantal rijstroken en de vraag naar verplaatsing die zich op een bepaald moment stelt. Voor elke weg, kan je perfect berekenen hoeveel auto’s, bestelwagens en vrachtwagens deze kan verwerken. Dat zijn voor een snelweg maximum zo’n 2.000 auto’s per rijstrook (per uur, n.v.d.r.).

Als de vraag naar verplaatsingen en het aantal auto’s per rijstrook onder dat cijfer blijft, kan het verkeer op de autosnelweg vlot blijven rijden. Van zodra die vraag groter wordt – als mensen op hetzelfde moment willen vertrekken naar een economisch knooppunt – kan die weg die vraag niet meer aan. Hierdoor overstijgt de vraag het aanbod waardoor je een wachtrij krijgt. Een file is eigenlijk niet meer dan een wachtrij net zoals aan de kassa van een supermarkt. Dit geldt uiteraard voor een ‘eenvoudige’ autosnelweg, rechttoe rechtaan, met drie rijstroken bijvoorbeeld.”

En zo ziet ons
actueel wegennet er allesbehalve uit …

“Er zijn inderdaad een aantal elementen in de infrastructuur die de vorming van files kunnen versnellen, een knooppunt tussen twee snelwegen of op- en afritten bijvoorbeeld. Als we nu heel concreet de E40 tussen Gent en Brussel nemen, zien we dat de files ’s ochtends ontstaan aan de opritten van Affligem en Ternat, en dus niet in Groot-Bijgaarden waar de E40 op de Brusselse ring terecht komt.

Waarom deze twee opritten? Omdat een heel groot aantal pendelaars in die zone woont en met honderden tegelijk de snelweg komen opgereden. Op dat moment zit de snelweg vanuit Gent en Aalst al vrij vol waardoor er op de plaats waar er een overaanbod van auto’s moet invoegen, een schokgolf ontstaat in de verkeersstroom. Mensen die op de autosnelweg willen geraken, voegen in en de pendelaars die zich reeds op de snelweg bevinden, verplaatsen zich naar de meer linkse rijstroken. Dat er daardoor ook geremd wordt zorgt ervoor dat op deze plaats de capaciteit van de weg inefficiënter benut wordt waardoor de theoretische capaciteit niet meer op gaat.

Auto’s die vanuit Aalst, Erpe-Mere of Gent komen, gaan die schokgolf tegenkomen waardoor ze ook moeten remmen. Elke auto erachter zal ook net iets harder remmen waardoor je een soort van schokgolf krijgt die naar achteren verhuist, een zogenaamde filegolf of een accordeonfile. Zo ontstaat de eerste in Affligem en later in de spits nog eentje in Ternat en nog één in Affligem. Zo heb je doorheen de hele spits een zes- à zevental filegolven op dat stuk autosnelweg.”

Gaat het dus louter
fout in het samenspel tussen vraag en aanbod?

“Neen, uiteraard zijn er een aantal factoren die het
fileleed nog erger kunnen maken. Wanneer er door werkzaamheden of een ongeval
een rijstrook niet bereden kan worden, zorgt dat opnieuw voor een bottleneck.
Dat wordt erger door het kijkgedrag van de bestuurder. Het is zelfs zo dat de
file in de richting van het ongeval soms minder lang is dan de file in de
andere richting! Een andere belangrijke verzwarende factor is het weer.
Dezelfde spits op een droog of nat wegdek maakt een gigantisch verschil uit. Bij
veel regen wordt het wegdek nat waardoor je met wateropspatting te maken
krijgt. Het zicht voor de bestuurders wordt hier veel slechter door waardoor
men uit voorzorg automatisch meer afstand gaat houden en de wegcapaciteit
daalt.”

Zijn er nog andere factoren
die de files beïnvloeden?

“Het rijgedrag van de bestuurder zelf: de manier waarop het
individu omgaat met de verkeersstroom en hoe hij zich daarin gedraagt. Op een
niet drukke snelweg gaat dat weinig of geen invloed hebben, maar op een drukke
snelweg is het rijgedrag van mensen wel degelijk belangrijk. Sommige mensen
houden zich rustig wanneer ze zich realiseren dat er file zal ontstaan. Ze
houden afstand en een regelmatige snelheid aan, ze gaan letterlijk mee met de flow. Andere mensen die gehaast of
gestresseerd zijn, gaan letterlijk zitten duwen in de voorliggers, het
zogenaamde bumperkleven, of telkens wisselen van rijstroken omdat ze denken dat
links het ene moment wat sneller is en dan weer rechts. Je hebt ook mensen die
afgeleid zijn in de auto en snel even hun smartphone erbij halen. Zulke
gedragingen versnellen de filevorming.”

Ligt de oorzaak van
de verkeersdensiteit enkel bij de pendelaars?

“Absoluut niet. Als we kijken naar het totaal aantal
verplaatsingen op de Belgische wegen is slechts één derde ervan gerelateerd aan
pendelverkeer voor zakelijke – onderwijs of werk – doeleinden. Nog één derde
valt te categoriseren onder ‘dienstdoend’ verkeer: een dokters- of
ziekenhuisbezoek of naar de winkel gaan. Het andere deel, eveneens een derde,
heeft te maken met recreatie: naar de fitness gaan, een dagje zee, …”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *