Covid-19 en thuiswerk staken stokken in de wielen van de fiets(vergoeding)

Covid-19 zorgde voor minder fietsers met een fietsvergoeding, in vergelijking met vorig jaar (2020) en pre-corona (2019). Dat weet SD Worx, de grootste loonberekenaar in België, uit de loonberekeningen van werknemers in de privésector. De daling situeert zich vooral bij de bedienden, die vaak verplicht moesten thuiswerken. Bij arbeiders is er een lichte stijging. Het gemiddelde bedrag per fietser nam toe. Hieruit leiden we af dat vooral diegenen die verder van het werk wonen, in 2021 naar het werk bleven fietsen.

De laatste jaren is er een constante stijging van het aantal fietsende werknemers die via hun werkgever genieten van een specifieke fietsvergoeding. Met telkens een piek tijdens de zomermaanden en een daling tijdens de wintermaanden. Fietsen doen we nog altijd het liefst in ideale weersomstandigheden. Onze data betreffen enkel de werknemers die hun woon-werkverplaatsingen (gedeeltelijk) met de fiets afleggen en hiervoor een specifieke fietsvergoeding ontvangen van hun werkgever. Het totale aantal fietsende pendelaars ligt waarschijnlijk nog een stuk hoger. Het jaar 2020 startte als een sterk ‘fietsjaar’ maar uiteindelijk kwam er een daling, die zich verder zette in 2021.  

Veerle Michiels, mobiliteitsexpert van SD Worx: “In 2021 zien we dat één op zeven werknemers (14%) nog een fietsvergoeding krijgt voor de getrapte woon-werkkilometers. Dat is een daling met een derde: pre-corona ging het nog om bijna een kwart (22%). De daling situeert zich bij de bedienden, die door corona vaak verplicht moesten thuiswerken. Bij arbeiders is er zelfs een kleine stijging, waardoor zij in 2021  op gelijk niveau met de bedienden komen.” De specialist ziet nog een trend: “Er zijn meer vrouwen dan mannen die een fietsvergoeding genieten, gemiddeld ontvangen vrouwen echter een lagere fietsvergoeding. Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk. Vrouwen zijn bijvoorbeeld sterk vertegenwoordigd in de zorgsector, die een verplichte fietsvergoeding kent. Vaak wonen zij dichterbij het werk en fietsen daardoor kortere afstanden dan de mannen. Het mediaan – bedrag per fietser per jaar steeg van  € 73,92 in 2019 naar € 91,20 in  2020. Het daalde echter opnieuw naar € 76,80 (voor de eerste 8 maanden van 2021). De fietsvergoeding is een mooie stimulans om werknemers op de fiets te krijgen. De winst zit echter vooral in de extra beweging; een plus voor de gezondheid.” 

Er is  geen wettelijke verplichting voor de werkgever om fietsende werknemers te vergoeden voor hun inspanningen. De fietsvergoeding is een vrijwillige stimulans, tenzij dit sectoraal is afgesproken, zoals in de zorgsector. Vaak wordt de toekenning door de werkgever zelf geregeld, op ondernemingsvlak.  

Het aantal werknemers dat deze vrijgestelde fietsvergoeding geniet, kent vanaf 2020 een sterke terugval. Covid-19 en het verplichte thuiswerk hebben  stevige stokken in de wielen gestoken. De werkgever mag de fietsvergoeding immers maar toekennen per effectief getrapte woon-werkkilometer. Wanneer deze vergoeding niet meer bedraagt dan 0,24 EUR per effectief getrapte woon-werkkilometer, is deze vergoeding niet onderworpen aan RSZ-bijdragen of belastingen.

Evolutie aantal werknemers met een fietsvergoeding:  

2019 2020 2021
21,64%  19,49%  14,19% 

Oost-Vlaanderen op kop – Vlaams-Brabant en Brussel sterkste dalers 
“Bijna een kwart van de werknemers in Oost-Vlaanderen kan rekenen op een fietsvergoeding per getrapte kilometer. In Brussel zien we een halvering van de werknemers (van 11,8% in 2019 tot 6,7% in 2021), maar de sterkste daling zien we bij werknemers werkzaam in Vlaams-Brabant: van 18,5% tot 8,7%”, bevestigt Veerle Michiels van SD Worx. 

Kijken we naar de werkgevers die een fietsvergoeding toekennen, stellen we vast dat het succes ervan in Wallonië kleiner is. Het aandeel werkgevers ligt daar op minder dan 10%. De maatregel is het best ingeburgerd bij de grote bedrijven; het minst gangbaar bij de bedrijven van < 20 werknemers. 

TOP vijf – provincies met fietsvergoedingen in 2021 (eerste 8 maanden) 

  Aandeel werknemers met fietsvergoeding  Aandeel werkgevers die fietsvergoeding toekennen 
Oost-Vlaanderen  23,0%  19,3% 
Antwerpen 21,0%  16,1% 
West-Vlaanderen  17,0% 17,2% 
Limburg  14,3%  14,2% 
Brussel  6,7 % 13,9% 

Halvering in Brussel  
“In Brussel zien we een halvering van de werknemers (van 11,8% in 2019 tot 6,7% in 2021), maar de sterkste daling zien we bij werknemers werkzaam in Vlaams-Brabant: van 18,5% tot 8,7%”, bevestigt Veerle Michiels van SD Worx. 

Kijken we naar de werkgevers die een fietsvergoeding toekennen, stellen we vast dat het succes ervan in Wallonië kleiner is. Het aandeel werkgevers ligt daar op minder dan 10%. De maatregel is het best ingeburgerd bij de grote bedrijven; het minst gangbaar bij de bedrijven van < 20 werknemers. 

Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx besluit: “In een normaal jaar zien we steeds een daling in deze cijfers in aanloop naar de winter. Of dat zich dit jaar op dezelfde manier laat voelen, hangt af van verschillende factoren. Het Belgische weer heeft een invloed, net als de onzekerheidsfactor van COVID-19 dat velen toch nog voorzichtig maakt: als het weer meezit, zullen mensen voor kortere afstanden mogelijk eerder op de fiets springen dan het openbaar vervoer nemen. Ook hoe bedrijven en werknemers de combinatie van thuiswerk en kantoor zullen invullen, zal een rol spelen. Om het volledige plaatje te schetsen, moeten we het najaar nog afwachten.” 

Als bijlage aandeel werknemers met fietsvergoeding per regio waar men werkt (2021 op basis van 8 maanden): 

Provincie  2019  2020  2021
Antwerpen  31,22%  27,91%  20,80% 
Brussel-Hoofdstad  11,83%  10,82% 6,66% 
Henegouwen 1,66%  1,29%  1,35% 
Limburg  17,54%  18,36%  14,30% 
Luik  1,75% 1,69%  1,74% 
Namen  1,65%  1,37%  1,29% 
Oost-Vlaanderen  38,09%  31,91%  23,39% 
Vlaams-Brabant  18,54%  16,31%  8,67%
Waals-Brabant  2,98%  2,62%  2,17% 
West-Vlaanderen 22,06%  20,25%  17,08% 

Het bericht Covid-19 en thuiswerk staken stokken in de wielen van de fiets(vergoeding) verscheen eerst op FLEET.be.

ALD Automotive exclusieve aanbieder van 100% digitale leasediensten voor smart in Europa

Autofabrikant smart (een joint venture van Mercedes-Benz en Geely) heeft ALD Automotive gekozen als exclusieve partner voor volledig digitale operationele leasediensten voor zijn nieuwe generatie volledig elektrische voertuigen. Vanaf het eerste kwartaal van 2023 zullen bedrijven – ongeacht hun grootte – en particulieren met smart’s nieuwe compacte premium SUV toegang hebben tot een volledig geïntegreerd digitaal leaseaanbod in Europa.

Dankzij een volledig geïntegreerd digitaal aanbod zullen de full-service leasepakketten van ALD Automotive met flexibele voorwaarden en kilometerstanden voor volledig elektrische voertuigen rechtstreeks beschikbaar zijn op de smart website en via het lokale netwerk van de constructeur. ALD Automotive zal de contracten volledig online verwerken, van kredietbeoordeling tot elektronische contractondertekening, en de leasing gedurende de gehele contractperiode beheren.

Volledige leasingdiensten zullen aanvankelijk beschikbaar zijn in Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Portugal, Spanje, Zwitserland en het VK. Uitbreiding naar andere Europese markten wordt op termijn overwogen.

smart gaat een nieuw tijdperk in met als doel zichzelf te transformeren tot een belangrijke speler in premium, elektrische en geconnecteerde stedelijke mobiliteit. Met het oog op duurzaamheid streeft smart ernaar de verwachtingen van zijn klanten te overtreffen en hen te helpen snel en gemakkelijk de overstap naar elektrische mobiliteit te maken met compacte, hoogtechnologische, volledig elektrische voertuigen en diensten.

Het bericht ALD Automotive exclusieve aanbieder van 100% digitale leasediensten voor smart in Europa verscheen eerst op FLEET.be.

Bedrijfswagen volgens 6 op 10 Belgische werkgevers nog steeds van cruciaal belang voor het aantrekken van nieuw talent

Uit onderzoek van rekruteringsspecialist Robert Half blijkt dat 61% van de Belgische leidinggevenden aangeeft dat een bedrijfswagen een belangrijke factor is bij het vinden van nieuwe werknemers. Hoewel er meer en meer alternatieven zijn, blijft een wagen als deel van het loonpakket nog steeds zeer populair. De studie maakt deel uit van een breder onderzoek naar salarissen dat wordt bekendgemaakt tijdens de lancering van de Robert Half Salarisgids 2022 later dit jaar.

Ook al staat het eigenlijke salaris nog steeds centraal, is dat niet het enige dat een loonpakket aantrekkelijk maakt. Uit het onderzoek dat Robert Half deed bij 300 Belgische leidinggevenden blijkt dat extra voordelen steeds belangrijker zijn.

“Het onderzoek voor de Salarisgids 2022 toont aan dat er heel wat beweegt op vlak van extra voordelen binnen het loonpakket. Vervoer van en naar het werk is daarbij een belangrijk onderdeel. Bedrijven zijn actief bezig met het op punt stellen van hun beleid hierrond, zeker omwille van het thuiswerken dat nu vast geïmplementeerd wordt”, zegt Jeroen Diels, director bij Robert Half.

Woon-werkverkeer

Binnen dat stukje woon-werkverkeer spelen bedrijfswagens een prominente rol. 61% van de ondervraagde Belgische managers geeft immers aan dat die een cruciale factor zijn bij het aantrekken van nieuwe werkkrachten. Dit wordt ook door de werknemers zelf bevestigd. In een recente poll geeft 70% aan dat een bedrijfswagen een belangrijke tot zeer belangrijke rol speelt in het loonpakket wanneer ze van job zouden veranderen. Bijgevolg verbaast het ook niet dat heel wat managers (28%) hun beleid rond bedrijfswagens aan het verbeteren zijn.

“Bij het herzien van het bedrijfswagenbeleid staat de vraag wie er nu precies een wagen nodig heeft vaak centraal. De verschillende woon-werk trajecten bekijken, is hierbij een relevante oefening en kan zorgen voor een beleid op maat. Een werknemer die 10km moet afleggen per dag verplaatst zich misschien op een andere manier dan iemand die 100km per dag overbrugt”, aldus Jeroen Diels.

Ook het telewerk dat nu ingeburgerd is binnen veel bedrijven heeft een invloed op eventuele aanpassingen. 14% van de bedrijven laat werknemers die minstens één dag per week naar kantoor komen hun bedrijfswagen behouden, maar wie niet komt moet deze inruilen voor meer loon of ander mobiliteitsbudget.

Bedrijven zijn daarnaast ook vaak bewust bezig om het woon-werkverkeer klimaatvriendelijker te maken. De opkomst van elektrische wagens biedt hierbij zonder twijfel heel wat mogelijkheden.

“Naar schatting is momenteel zo’n 7% van het wagenpark elektrisch. Een paar jaar geleden was dit nog maar 5%. Er is dus al een lichte stijging en die zal dankzij de snelle ontwikkeling van elektrische wagens in de toekomst wel alleen maar sneller gaan”, zegt Jeroen Diels.

Alternatieven voor koning auto

Uiteraard zijn er ook heel wat andere mogelijkheden naast de wagen om werknemers van gepast vervoer te voorzien. Openbaar vervoer, fietsen en deelsteps maken ook deel uit van het aanbod waarin bedrijven willen voorzien. 37% van de ondervraagde managers werkt – in navolging van de pandemie – bijvoorbeeld aan het verbeteren van het budget voor de aankoop van een (elektrische) fiets. Onder andere op deze manier willen ze de alternatieven voor de auto aantrekkelijker maken en de focus binnen het woon-werkverkeerbeleid verleggen.

“Om vandaag de dag talent te kunnen blijven aantrekken (en behouden), moeten bedrijven inzetten op een inclusievere aanpak wat betreft woon-werkverkeer. Vooral voor de jongere generatie wordt dit steeds belangrijker. Zij zijn meer en meer bezig met duurzaamheid en het klimaat en zijn vaker bereid de bedrijfswagen in te ruilen voor een alternatief zoals lease fietsen. De mobiele shift is volop aan de gang en bedrijven moeten anticiperen op de noden en de vraag van de nieuwe generatie”, besluit Jeroen Diels.

Het bericht Bedrijfswagen volgens 6 op 10 Belgische werkgevers nog steeds van cruciaal belang voor het aantrekken van nieuw talent verscheen eerst op FLEET.be.

Mobia stelt Mobility White Paper voor

Mobia stelde vandaag haar “Mobility White Paper” voor. Daarin geeft de koepelorganisatie van Febiac, Traxio en Renta haar visie op de toekomst van onze mobiliteit. We geven u de belangrijkste topics mee die aan bod komen. De volledige White Paper kan u hier downloaden.

Algemene overwegingen

• de burger staat steeds centraal in alle beschouwingen
• verdediging van het recht op mobiliteit en de vrije keuze van individuele mobiliteit, die voor zoveel mogelijk mensen financieel toegankelijk moet zijn
• verdediging van technologische neutraliteit bij de inspanningen om zich aan te passen aan de “55”-doelstelling door open te blijven staan voor alle technologische ontwikkelingen en alternatieve brandstoffen
• zoeken naar de beste match tussen het profiel van de gebruiker en de technologie die het best past bij zijn behoeften en middelen
• rekening houden met de koolstofvoetafdruk van de gehele levenscyclus van de verschillende vervoerswijzen
• geleidelijke integratie van structureel “hybride” telewerk

Naar een koolstofvrije mobiliteit

• rekening houden met een onvermijdelijke overgangsperiode voordat koolstofneutrale mobiliteit wordt bereikt
• de vergroening van het wagenpark bevorderen door elektrificatie en andere realistische maatregelen te versnellen om de “55”-doelstelling te halen
• de betrokken overheden oproepen om samen te werken en de timing tussen de drie gewesten van het land te harmoniseren, zodat de burgers beter op hun beslissingen kunnen anticiperen
• de bevoegde autoriteiten oproepen om een openbare oplaadinfrastructuur te voorzien om op efficiënte wijze tegemoet te komen aan de behoeften van de verschillende gebruikersprofielen

Mobiliteitsbelasting

• wegwerken van ongelijke behandeling van particulieren en ondernemingen betreffende fiscale aftrekbaarheid en belastingvoordelen in verband met elektromobiliteit (bv. installatie van oplaadpunten)
• heroverwegen van plug-in hybride voertuigen, die een bijzonder geschikte mobiliteitsoplossing zijn voor bepaalde gebruikersprofielen
• de invoering aanmoedigen van een gunstigere belastingregeling voor louter elektrisch afgelegde kilometers
• anticiperen op de budgettaire gevolgen van de energietransitie voor de overheidsinkomsten
• een intelligente kilometerheffing invoeren, geharmoniseerd tussen de drie gewesten van het land, op voorwaarde dat deze tot doel heeft de verplaatsingen te spreiden om de files te verminderen en budgettair neutraal te zijn.

Multimodaliteit

• maatregelen aanmoedigen ter vereenvoudiging, versoepeling en verruiming van de voorwaarden om toegang te krijgen tot het mobiliteitsbudget om zo een verdere verschuiving naar duurzame mobiliteit te stimuleren

Het bericht Mobia stelt Mobility White Paper voor verscheen eerst op FLEET.be.

Drie kwart van de bedrijfswagens bij kmo zijn functiewagens, nodig voor de job

Minder dan een kwart (23%) van de werknemers beschikt over een bedrijfswagen om naar het werk te komen; meer dan de helft van de werknemers komt met de eigen wagen. Dit blijkt uit de analyse van SD Worx bij 21.000 klanten in 2020. 

Al is dit sterk afhankelijk van de sector waarin je werkt. De sectoren ‘industrie’ en ‘groot-en kleinhandel’ zijn koplopers; ze staan voor terugbetaling gebruik eigen wagen én voor de bedrijfswagens in de top vier. Zestig procent van de bedrijfswagens vinden we terug bij kmo’s, in organisaties tot 250 werknemers.

In een recente bevraging geven kmo’s aan dat het in driekwart van de gevallen om een functiewagen gaat, nodig voor de job zoals klantenbezoek. Een kwart zegt geen bedrijfswagens te willen. 28% geeft aan dat bedrijfswagens vooral duurder zullen worden; 12% zegt kleinere wagens te zullen aanbieden. Slechts 10,7% zegt geen wagens meer te zullen aanbieden voor nieuwe contracten. Slechts een minderheid wil voor meer bedrijfsfietsen en openbaar vervoer gaan.

Welke werkgevers geven het?

De meeste bedrijfswagens vinden we terug bij onze kmo-bedrijven: bijna zestig procent (58,89%) van de bedrijfswagens worden ingezet door bedrijven tot 250 werknemers. In organisaties met 100-249 werknemers heb je het meeste kans om over een bedrijfswagen te beschikken (nl. 31,48%), gevolgd door de organisaties van 250 tot 499 werknemers (nl 29,25%); ongeveer één op drie heeft er een wagen van het bedrijf, al zakt het ook in de kleinere bedrijven nooit onder de 20%.

Bron: SD Worx

De analyse van SD Worx kijkt verder: procentueel vinden we in 2020 de meeste bedrijfswagens terug in vier sectoren, samen goed voor bijna 70% van de bedrijfswagens:

  • Groot- en kleinhandel (19,40%)
  • Professionele, wetenschappelijke en technische activiteiten (18,15%)
  • Industrie (16,86%)
  • Informatie en communicatie (14,80%)

Vanuit werknemersperspectief: als werknemer heb je de meeste kans in de sector ‘Informatie en communicatie’ dat een bedrijfswagen bij je functie hoort: zes op de tien werknemers hebben er een wagen, gevolgd door de sector ‘Professionele, wetenschappelijke en technische activiteiten’, waar één op twee werknemers over een bedrijfswagen beschikt. Maar ook andere sectoren voorzien in een bedrijfswagen, zoals ‘financiële diensten en verzekeringen’ (39% heeft er een wagen), de nutsector (37%), gevolgd door de bouwsector (29%).

Annelies Rottiers, adviseur kmo van SD Worx: “Werkgevers in deze sectoren kiezen ervoor om een bedrijfswagen deel te laten uitmaken van het totale salarispakket, aangezien deze én noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie (zoals klantenbezoeken), maar ook een aantrekkelijk financieel voordeel blijft zowel voor de werkgever als voor de werknemer. Algemeen heeft minder dan één op vier werknemer een bedrijfswagen; dit is hoger bij bedienden (30%), aangezien deze functies vaker een wagen nodig hebben voor de job. Arbeiders krijgen dan weer vaker een terugbetaling voor de woon-werkverplaatsingen met de eigen wagen: zeven op de tien arbeiders genieten dat voordeel. Uit de bevraging bij kmo-bedrijfsleiders weten we dat het aandeel bedrijfswagens maar lichtjes kan krimpen, aangezien het merendeel om functiewagens gaat en er door de werkgever hiervoor niet snel een alternatief zal worden aangeboden. Dit ligt anders bij de bedrijfswagens die niet noodzakelijk zijn voor de functie en ingezet kan worden voor de flexibelisering van de verloning of het mobiliteitsbudget. Op die manier kan een werknemer er bijvoorbeeld voor kiezen om de bedrijfwagen in te leveren in ruil voor een elektrische fiets. Eén op tien (10,7%) zegt in de toekomst voor nieuwe contracten de bedrijfswagen trouwens af te schaffen.”

Meer dan één op twee werknemers (51%) komt met de eigen wagen naar het werk 

Terugbetaling van de kosten voor het gebruik van de privéwagen voor woon-werkverkeer komt voor bij één op twee van de werknemers. Procentueel zien we de grootste aantallen in deze vier sectoren, samen goed voor bijna 80% van alle terugbetalingen (78,27%):

  • Industrie (28,12%)
  • Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (25,21%) 
  • Groot- en kleinhandel (15,64%)
  • Transport en opslag (9,30%)

In de sector Informatie en communicatie vind je deze terugbetalingen nauwelijks terug.

Bron: SD Worx

“Gemiddeld krijgt één op twee werknemers een werkgeverstussenkomst om met de eigen wagen naar het werk te komen, al is dit opnieuw sterk afhankelijk van de sector. Relatief gezien zien we de tussenkomst in het woon-werkverkeer met de eigen wagen het meest in de sectoren industrie, gezondheidszorg, groot-en kleinhandel en transport en opslag. In de sector ‘industrie’ krijgen zeven op de tien werknemers deze terugbetaling; in de sector ‘Informatie en communicatie’ minder dan één op tien werknemers. Gemiddeld komt het neer op 470€ netto per jaar.”

Bron: SD Worx

Drie kwart van de bedrijfswagens bij kmo zijn functiewagens

Uit de recente bevraging bij kmo-ondernemers blijkt dat gemiddeld genomen 76% van alle bedrijfswagens een functiewagen zijn, wat zeer hoog is.

Uiteraard is het aantal bedrijfswagens afhankelijk van het aantal medewerkers, maar ook kleine kmo’s stellen vaak bedrijfswagens ter beschikking van hun personeel.

Beperkt effect van vergroening op aantal bedrijfswagens 

In een recente bevraging geven kmo’s aan dat het in driekwart van de gevallen (76%) om een functiewagen gaat, nodig voor de job zoals klantenbezoek. Een kwart zegt geen bedrijfswagens te willen. 28% geeft aan dat bedrijfswagens vooral duurder zullen worden; 12% zegt kleinere wagens te zullen aanbieden. Slechts 10,7% zegt geen wagens meer te zullen aanbieden voor nieuwe contracten.

Minder dan 4% zegt de bedrijfswagen te willen afschaffen tegen 2025. Slechts een minderheid wil voor meer bedrijfsfietsen en openbaar vervoer gaan.

Bron: SD Worx

Het bericht Drie kwart van de bedrijfswagens bij kmo zijn functiewagens, nodig voor de job verscheen eerst op FLEET.be.

Mobilease heet voortaan MHC Mobility en breidt zijn aanbod gevoelig uit

Kristof De Backer

Mobilease verandert van naam door een merger van zijn moederbedrijf. De leasemaatschappij maakte deel uit van Hitachi Capital Mobility Solutions. De vroegere afdeling voor Europese operaties van Hitachi Capital Mobility Solutions gaat nu verder als MHC Mobility – waarbij het de missie en visie van haar operaties in heel Europa verenigt om een sterker, onbegrensd merk te worden.

De vernieuwing volgt op de fusie tussen Hitachi Capital Corporation en Mitsubishi UFJ Lease and Finance, wat ook tot de oprichting van Mitsubishi HC Capital Inc leidde.

Het nieuwe merk weerspiegelt de strategische focus op mobiliteit van MHC Mobility’s moederbedrijf. Gedurende het afgelopen decennium zetten technologie, innovatie en bezorgdheden over het milieu grondige veranderingen in gang voor de bedrijfsmobiliteit. Dit werd enkel maar versneld door de coronapandemie, aangezien de reisbehoeften en -voorkeuren van werknemers bijna van dag op dag wijzigden.

De naam Mobilease blijft bestaan voor het MaaS-aanbod van MHC Mobility.

De aan de fusie gelinkte naamsverandering laat toe om naar de klanten toe eenduidiger te communiceren in de 13  Europese landen waar MHC Mobility aanwezig is.

Mobilease: Mobility as a Service

Maar wat betekent die naamsverandering nu concreet? We vroegen het aan Kristof De Backer, Managing Director MHC Mobility België.

“De naamsverandering zal geen invloed hebben op de service die wij onze klanten vandaag aanbieden. De nieuwe context laat ons wel toe om ons aanbod gevoelig uit te breiden en onze klanten nog beter te ondersteunen met nieuwe diensten. Ik heb het dan bijvoorbeeld over Mobility as a Service (MaaS), waarvoor we een samenwerking hebben met Olympus Mobility. Dat specifieke aanbod zullen we trouwens wel verder onder de naam Mobilease in de markt zetten. Daarnaast zullen wij ook meer inzetten op alternatieven zoals leasing van (elektrische) fietsen.”

Grotere vloten

Ook wat betreft leasing van bedrijfswagens – vandaag nog steeds de kernactiviteit – toont MHC Mobility zich ambitieus: “We zullen geleidelijk ook de grotere vloten benaderen met een aanbod dat inspeelt op de verduurzaming. Er komen steeds meer EV’s op de markt  maar vlootbeheerders hebben ook ondersteuning nodig op het vlak van laadinfrastructuur. Daarvoor werken wij samen met Eneco, dat laadpalen bij werknemers thuis installeert met de mogelijkheid tot split-bill facturatie. Daarnaast bieden wij al sinds 2016 Mobiswitch aan, waardoor je een EV combineert met een vakantievoertuig dat een verbrandingsmotor heeft.”

“We staan de komende jaren voor boeiende uitdagingen. Ons doel is om met de internationale slagkracht die we hebben onze klanten te ondersteunen in de transitie naar een duurzame maar vooral zorgeloze mobiliteit”, besluit Kristof De Backer.

Infos : www.mhcmobility.be

Het bericht Mobilease heet voortaan MHC Mobility en breidt zijn aanbod gevoelig uit verscheen eerst op FLEET.be.

Auto blijft op zijn troon: slechts 4% kiest voor mobiliteitsbudget

Volgens een studie van sociaal secretariaat Securex, krijgt momenteel slechts 4% van de Belgische werknemers een mobiliteitsbudget van hun werkgever. 25% van de werknemers die een bedrijfswagen hebben, zegt bereid te zijn om die in te ruilen voor een mobiliteitsbudget, nog eens 22% ziet dat enkel zitten onder bepaalde voorwaarden.

Bijna de helft van de Belgische werknemers die een bedrijfswagen hebben, toont interesse in het mobiliteitsbudget als alternatief. Voor werkgevers die nadenken over de mobiliteit van morgen en over nieuwe verloningssystemen is het belangrijk om rekening te houden met deze vaststelling,” zegt Heidi Verlinden, HR Research Expert bij Securex.

In mei bereikte een ministerieel comité een akkoord over de vergroening van het bedrijfswagenpark tegen 2026. De jaarlijkse Week van de Mobiliteit is daarom de uitgelezen gelegenheid om de aandacht te vestigen op alternatieve mobiliteitsopties, met name voor het woon-werkverkeer, dat door de pandemie grondig veranderd is. In 2021 zegt 45% van de werknemers dat zijn werkgever alternatieve opties overweegt voor zijn woon-werkverkeer. Dit is beter dan in 2019, toen slechts 39,5% van de werknemers van mening was dat zijn werkgever dergelijke opties overwoog. Het mobiliteitsbudget is één van de meest interessante alternatieven voor werknemers.

“Bij een mobiliteitsbudget komt het erop neer dat de werknemer samen met de werkgever een specifiek bedrag afspreekt dat anders gebruikt zou worden om een bedrijfswagen te bekostigen. Met dit bedrag kan hij of zij mobiliteitsvoordelen kiezen op maat van zijn individuele situatie. Daar kan nog steeds een bedrijfswagen deel van uitmaken, maar 4 op de 10 werknemers die voor een mobiliteitsbudget kiezen, laten hun bedrijfswagen vallen”, legt Heidi Verlinden, HR Research Expert bij Securex, uit.

Ingevoerd in 2019, maar slechts 4% kiest vandaag voor mobiliteitsbudget

Momenteel geniet volgens de studie van Securex slechts 4% van een mobiliteitsbudget, dat nochtans al sinds 1 maart 2019 bestaat. Werkgevers kunnen werknemers ook mobiliteitsvoordelen geven zonder het in een specifiek budget te vervatten, maar in België ontvangt een vijfde van de werknemers nog steeds geen mobiliteitsvoordelen. Voorbeelden hiervan zijn een kilometervergoeding (29%), een vergoeding woon-werkverkeer (29%), een abonnement voor het openbaar vervoer (15%) of een bedrijfsfiets (2%). Iets meer dan 60% van de werknemers die een mobiliteitsbudget ontvangen, heeft een bedrijfswagen als onderdeel daarvan. Werknemers met een mobiliteitsbudget zijn overwegend managers ten opzichte van arbeiders en bedienden (17% vs 3%). Ook wordt in de hoofdstad vaker gebruik gemaakt van het systeem dan in de rest van het land (8% vs gemiddeld 3%).

“De verklaring voor deze discrepantie is natuurlijk het feit dat het mobiliteitsvraagstuk het meest prangend is in de grote steden, en dan vooral in Brussel. De verkeersdruk op de wegen als gevolg van het grote aantal auto’s en een groter aanbod van alternatieven zet mensen, zowel werkgevers als werknemers, ertoe aan om alternatieve manieren te gebruiken om zich te verplaatsen. Het mobiliteitsbudget komt hier in tegemoet en biedt flexibiliteit. De werknemer krijgt immers de kans om de opties te kiezen die hem het best passen, zolang die maar binnen het toegekende budget blijven”, aldus Heidi Verlinden.

Een brede waaier aan mobiliteitsalternatieven

Hoewel op dit moment slechts een zeer klein deel van de werknemers over een dergelijk budget beschikt, zou 25% van de werknemers die een bedrijfswagen hebben, bereid zijn om die in te ruilen voor een mobiliteitsbudget. 22% ziet dat ook zitten, maar enkel onder bepaalde voorwaarden. Als reden voor het inruilen van de bedrijfswagen, geven werknemers het vaakst aan hun loonpakket te willen optimaliseren (41%). Ook de behoefte aan meer flexibiliteit, bijvoorbeeld in het stadscentrum, en de wens om hun ecologische voetafdruk te verkleinen worden vaak als redenen genoemd (38% en 30%). Ten slotte zegt 19% van de werknemers dat ze zich door telewerk minder hoeven te verplaatsen, en geeft 11% aan dat ze hun auto te weinig gebruiken.

Werknemers zouden hun mobiliteitsbudget erg creatief inzetten: van hen die bereid zijn om hun bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget, met of zonder voorwaarden, zou 40% een kilometervergoeding willen ontvangen, 22% een jaarabonnement op het openbaar vervoer en 13% een bedrijfsfiets. Andere ideeën over de invulling van het mobiliteitsbudget omvatten de mogelijkheid om een abonnement aan te gaan met een fietsverhuurdienst (13%) of om een deelauto te gebruiken die door het bedrijf ter beschikking wordt gesteld (12%).

Daarnaast zou 12% van de werknemers ook graag gebruik kunnen maken van een kaart of app voor zachte en gedeelde mobiliteit. “Zachte mobiliteit verwijst naar elke vorm van vervoer die geen verbrandingsmotor heeft en geen broeikasgassen uitstoot. Gedeelde mobiliteit verwijst naar elk systeem dat gebruikers in staat stelt om hetzelfde vervoermiddel te delen (autodelen, carpoolen, gedeelde fietsen, steps, etc.). Dit concept valt te kaderen binnen de deeleconomie, waarbij delen en collectief consumeren centraal staat met een app of website als katalysator”, benadrukt Heidi Verlinden.

Toch meer interesse in een EV

Hoewel Securex in een eerdere studie al melding maakte van de terughoudendheid van werknemers voor de elektrische bedrijfswagen, zou 16% van de werknemers die bereid zijn om hun huidige bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget, binnen dit budget een kleinere elektrische wagen wensen. 21% zou echter wel de mogelijkheid willen om af en toe een grotere auto te gebruiken, bijvoorbeeld tijdens de vakantieperiode. Ten slotte zou 26% van deze werknemers de rest van hun mobiliteitsbudget als loon willen ontvangen, 10% zou het budget willen omzetten in andere niet-mobiliteitgerelateerde voordelen, zoals extra verlofdagen.

Helft van de werknemers nog niet klaar om over te stappen op een mobiliteitsbudget

Securex stelt niettemin vast dat ruim de helft van de Belgische werknemers met een bedrijfswagen nog niet bereid is om die in te ruilen voor een mobiliteitsbudget (53%). De twee belangrijkste redenen hiervoor zijn de behoefte aan een auto voor privégebruik (67%) en voor beroepsdoeleinden (61%). Sommige werknemers vinden dat hun bedrijf niet voldoende alternatieven biedt voor de auto (16%), terwijl anderen verklaren dat ze niet genoeg informatie over het mobiliteitsbudget hebben om ervoor te kiezen als alternatief voor de bedrijfswagen (13%).

“Ondanks het feit dat de helft van hen nog steeds aarzelt om over te stappen naar een mobiliteitsbudget, is er een enorme kloof tussen werknemers die graag zo’n budget willen, en zij die er op dit moment al gebruik van maken. Werknemers zijn creatief in het invullen van het mobiliteitsbudget, en bewijzen ook dat er al alternatieven bestaan voor de bedrijfswagen. Met de hervorming van 2026 in het vooruitzicht kan dit een kans zijn voor werkgevers om met hun werknemers te praten over hun mobiliteitsvoorkeuren en na te denken over een nieuw, groener en vaak ook minder duur mobiliteitsbeleid”, verklaart Joëlle Boutefeu, Senior HR Consultant bij Securex.

Het bericht Auto blijft op zijn troon: slechts 4% kiest voor mobiliteitsbudget verscheen eerst op FLEET.be.

47 % van de Belgische ondernemingen stimuleert nu al duurzame mobiliteit

Drie op de vier bedrijven maken van duurzame mobiliteit een prioriteit in hun bedrijfsvoering tegen 2023. 47 % van de Belgische ondernemingen stimuleert zijn medewerkers nu al om zich milieubewust te verplaatsen, door in het loonpakket groene mobiliteitsopties aan te bieden. 28 % is van plan om dit binnen 2 jaar zeker in te voeren. Dat blijkt uit een bevraging van hr-dienstenbedrijf Acerta bij meer dan 500 Belgische bedrijven.

Door de aangekondigde fiscale maatregelen om bedrijfswagens tegen 2026 te vergroenen, zetten bedrijven duurzame mobiliteit nu op nummer twee in de lijst van belangrijkste hr-thema’s voor de komende 3 jaar (na plaats- en tijdsonafhankelijk werken). Waar duurzame mobiliteit enkele jaren geleden nauwelijks een plaats had in de bedrijfsvoering van de Belgische ondernemingen, wordt het nu een prioriteit. 47 % stimuleert zijn medewerkers vandaag al richting duurzame mobiliteit door via verloning groene vervoersopties aan te bieden. Nog eens 28 % voorziet dat binnen de twee jaar te doen. De populairste aangeboden optie is de elektrische fiets (47 %), gevolgd door abonnementen op het openbaar vervoer (46 %) en de elektrische bedrijfswagen (43 %).

Belangrijkste hr-thema’s voor de volgende drie jaar volgens werkgevers (Acerta)

Door de aangekondigde fiscale maatregelen om bedrijfswagens tegen 2026 te vergroenen, zetten bedrijven duurzame mobiliteit nu op nummer twee in de lijst van belangrijkste hr-thema’s voor de komende 3 jaar (na plaats- en tijdsonafhankelijk werken). Waar duurzame mobiliteit enkele jaren geleden nauwelijks een plaats had in de bedrijfsvoering van de Belgische ondernemingen, wordt het nu een prioriteit. 47 % stimuleert zijn medewerkers vandaag al richting duurzame mobiliteit door via verloning groene vervoersopties aan te bieden. Nog eens 28 % voorziet dat binnen de twee jaar te doen. De populairste aangeboden optie is de elektrische fiets (47 %), gevolgd door abonnementen op het openbaar vervoer (46 %) en de elektrische bedrijfswagen (43 %).

Of en hoe werkgevers duurzame mobiliteit via verloning stimuleren (Acerta)

Charlotte Thijs, experte mobiliteit: “Dat 43 % van de bedrijven zegt vandaag bezig te zijn met de vergroening van het wagenpark via elektrische bedrijfswagens is meer dan we hadden verwacht. Maar tegelijk is het ook niet verwonderlijk. De regel dat tegen 2026 alleen nog bedrijfswagens die geen broeikasgassen uitstoten 100 % fiscaal aftrekbaar zullen zijn, is bedoeld als hefboom voor het vergroenen van de bedrijfswagenparken van onze Belgische ondernemingen en die hefboom heeft duidelijk al zijn effect. Ook de ban op diesel- en benzinewagens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf 2035 speelt mee. Bedrijven zijn aan het rekenen gegaan: wat zal het hen en hun medewerkers met een bedrijfswagen kosten als ze niet aan de broeikasgasrestricties zouden voldoen? Daarmee is de elektrische bedrijfswagen ineens een veel aantrekkelijkere optie geworden.

Grotere bedrijven nemen meer dan kleine ondernemingen nu al stappen naar een groener wagenpark (meer dan 50 % bij ondernemingen vanaf 250 werknemers versus 36 % bij ondernemingen met minder dan 10 werknemers). Dat is niet zo vreemd, aangezien de impact van de nieuwe fiscaliteit groter is naarmate het wagenpark ook in omvang toeneemt.

Hybride werken hefboom naar groenere mobiliteit

Ook de transitie naar hybride werken na een periode van verplicht thuiswerk, heeft zijn effect op de mobiliteit. Wie (deels) van thuis werkt, doet namelijk geen (of minder) pendelkilometers. Het is dus logisch dat de nieuwe werkorganisatie – het hybride werken – een impact heeft op de mobiliteitskeuzes.

Charlotte Thijs: “Als de rit naar kantoor niet meer elke dag hoeft, kan dat de keuze voor een ander type bedrijfswagen beïnvloeden. Of spenderen werknemers hun budget liever aan een elektrische fiets, deelstep of het openbaar vervoer. Bedrijven zullen na corona een nog diverser palet aan vervoersopties aanbieden. Niets doen op vlak van mobiliteit, is voor werkgevers in ieder geval geen optie meer.

Het bericht 47 % van de Belgische ondernemingen stimuleert nu al duurzame mobiliteit verscheen eerst op FLEET.be.

Het Netflix-abonnement voor auto’s zoals Lynk&Co het doet? Een markt van 40 miljard dollar tegen 2030

abonnement automobile Netflix Lynk&Co

De Netflix- of Spotify-achtige markt voor auto-abonnementen (zoals Lynk & Co op dit moment lanceert) zou tegen 2030 in Europa en de VS 40 miljard dollar waard kunnen zijn. Dit blijkt uit de studie van de Boston Consulting Group (BCG) “Will Car Subscriptions Revolutionize Auto Sales?

“Sommige groeiprognoses voor de abonnementenmarkt gaan uit van een penetratiegraad van 20-40% van de verkoop van nieuwe auto’s tegen 2030 – prognoses die wij overdreven vinden,” zo luidt de BCG-studie. “Wij schatten dat de markt in Europa en de VS tegen 2030 30-40 miljard dollar omzet kan bereiken, of 15% van de verkoop van nieuwe auto’s, op basis van een volume van 5-6 miljoen abonnementsvoertuigen. Noteer dat een deel van deze raming zou kunnen worden gedekt door langetermijnhuur en operationele leasingregelingen, aangezien de grenzen tussen deze opties en abonnementen vaag zijn.”

“Gemak, flexibiliteit en minimale verplichtingen

Uit een enquête onder 7.000 huishoudens in Duitsland blijkt dat meer dan 50% van hen de kosten van het bezit van een auto onderschat.

BCG voegt daar dan ook aan toe: “Vanuit het oogpunt van de consument zijn autoabonnementen aantrekkelijker dan het kopen van een auto, omdat ze gemak, flexibiliteit en een minimale verplichting bieden. De klant vermijdt de aanzienlijke initiële kosten van de aankoop van een auto, alsook de andere verborgen kosten van eigendom.

“Abonnementen elimineren ook het vervelende en papierintensieve proces van een traditionele aankoop. Klanten hoeven zich geen zorgen te maken over onderhoud, inspecties, het vinden van een betrouwbare monteur of het kopen van banden. Abonnementen elimineren het risico om een nieuw merk of type voertuig (zoals een EV) uit te proberen, meer nog dan traditionele leasing – en belangrijker nog, de financiële risico’s die gepaard gaan met een langetermijnverbintenis voor een goed dat snel wordt afgeschreven.”

Verschillende”business models”

De abonnementsformules zijn helemaal niet homogeen. Sommige leveranciers bieden verschillende merken, modellen en types aan. Andere (vooral dochterondernemingen van fabrikanten) bieden slechts één merk aan. Sommige zijn gespecialiseerd in voertuigsegmenten: premium of massaproductie, auto’s met verbrandingsmotor of elektrische voertuigen met accu (BEV).

Weer andere bieden klanten de mogelijkheid hun auto zonder extra kosten in te ruilen voor een ander type voertuig – bijvoorbeeld de SUV inruilen voor een cabriolet wanneer het voorjaar aanbreekt. Het is belangrijk op te merken dat de abonnementsmodellen in hun korte geschiedenis zijn geëvolueerd. Hooggeprijsde producten van één merk (die hoofdzakelijk door fabrikanten werden aangeboden) die de mogelijkheid boden van auto te veranderen, wonnen niet aan populariteit. Wat wel succesvol is, althans in Europa, is een ander model, vergelijkbaar met full service leasing.

Net als in andere segmenten van de automobielindustrie heeft de technologie nieuwe bedrijfsmodellen tot bloei doen komen, waardoor nieuwe kansen en uitdagingen zijn ontstaan voor gevestigde bedrijven en startende ondernemingen.

Europa aan de top van de wereld?

Voor autofabrikanten zijn auto-abonnementen een manier om dichter bij de eindklant te komen en meer controle te hebben over de klantervaring door waardevolle digitale diensten rechtstreeks aan te bieden. In een tijd waarin de mobiliteitsbehoeften en de houding van de consument zo snel veranderen – en de manier waarop we werken opnieuw wordt gedefinieerd – is dit een belangrijk voordeel.

Fabrikanten behoorden tot de eersten die auto-abonnementen aanboden. Het leveranciersecosysteem omvat twee andere grote groepen: de traditionele downstreamentiteiten van de auto-industrie (dealers en verhuur- en leasemaatschappijen), en digitale mobiliteitsbedrijven en start-ups. Online automarktplaatsen exploiteren deze ruimte via partnerschappen.

Sinds 2015 is er meer dan 700 miljoen dollar aan durfkapitaal naar startups rond auto-abonnementen gestroomd. In vergelijking met andere opkomende mobiliteitsmarkten, zoals autonome voertuigen en batterij-aangedreven voertuigen, zijn de financieringsniveaus voor startende abonnementsbedrijven bescheidener. Maar dit komt vooral omdat zij geen vergelijkbare kapitaalinvesteringen vergen om nieuwe technologieën te ontwikkelen.

Volgens het BCG heeft Europa het potentieel om de grootste abonnementenmarkt te worden. In de VS worden de inschrijvingsprogramma’s voor nieuwe voertuigen over het algemeen door de fabrikanten beheerd. In China is er tot dusver weinig belangstelling voor het abonnementsmodel. Kentekenreglementeringen en leasingvereisten belemmeren innovatie en, wat misschien nog belangrijker is, autobezit verleent nog steeds sociale status.

Het bericht Het Netflix-abonnement voor auto’s zoals Lynk&Co het doet? Een markt van 40 miljard dollar tegen 2030 verscheen eerst op FLEET.be.

ALD neemt participatie in MaaS start-up Skipr

ALD kondigt aan dat het via een kapitaalverhoging een participatie van 17% heeft genomen in Skipr, de Belgische MaaS (Mobility as a Service) start-up. Dit gebeurde na een aandeelhoudersovereenkomst met de bestaande investeerders, onder wie de Belgische bank Belfius en Lab Box, de start-upstudio van autodistributeur D’Ieteren. Dit vers kapitaal zal de partijen in staat stellen om belangrijke groeikansen te benutten door consultingdiensten voor de transformatie van mobiliteit te combineren met digitale toegang tot multimodale, duurzame, flexibele en verantwoorde mobiliteitsoplossingen voor werknemers.​

De dagelijkse verplaatsingen evolueren snel met de invoering van nieuwe alternatieve mobiliteitsoplossingen, het toenemende belang van de beperking van de CO₂-uitstoot, een gunstig wettelijk en fiscaal beleid, vorderingen in schaalbare technologie, een groeiende deeleconomie en de opkomst van digitale levensstijlen die het mobiliteitsgedrag beïnvloeden. Dit schept de perfecte opportuniteit voor de ontwikkeling van nieuwe ecosystemen die bedrijven een naadloze combinatie bieden van diensten voor efficiënte mobiliteit en budgetbeheer.

Skipr levert ondernemingen in België en Frankrijk een totaaloplossing om de bedrijfsmobiliteit vlot te beheren, plannen, boeken en betalen door middel van een app, een beheerplatform en een betaalkaart. Met dit product verstrekt Skipr diensten voor het beheer van het mobiliteitsbudget aan bedrijven die op zoek zijn naar flexibele mobiliteitsoplossingen voor hun werknemers, terwijl de werknemers hun firmawagen kunnen ruilen voor een duurzaam en flexibel mobiliteitsbudget. De mobiliteitsactiviteit en de bijbehorende kosten worden gemonitord op een eigen gecentraliseerd beheerplatform.

Expansie in Europa

Dankzij deze overeenkomst wordt de expertise van Skipr een aanvulling en verrijking van ALD Move, de MaaS-oplossing van ALD Automotive die nu al MaaS-consulting aanbiedt, samen met een realtime app voor reisassistentie en toegang tot het ruime assortiment mobiliteitsoplossingen van ALD Automotive in Nederland.

Het complementaire karakter van de twee bedrijven, die dezelfde productvisie hebben in termen van functionaliteit en internationale ambities, is een sterke troef die de investeringsbeslissing heeft gemotiveerd. De geavanceerde technologische tools en de uitgebreide knowhow op het gebied van mobiliteit van ALD en Skipr helpen bedrijven met hun succesvolle transitie naar flexibelere, efficiëntere en kosteneffectievere duurzame mobiliteitsoplossingen. 

De focus zal eerst liggen op de ontwikkeling in de Franse en Belgische markten, en de verdere uitbouw van het huidige pilootproject in Nederland. Vanaf 2023 is een verdere expansie in Europa gepland, met tegen 2025 een implementatie in alle grote Europese steden.

Volwaardige corporate mobility provider

Miel Horsten, Group Regional Director bij ALD Automotive: “De investering in Skipr is zeer belangrijk voor ons. Onze rol als ALD Automotive breidt uit van een lease bedrijf naar een volwaardige corporate mobility provider. Wij wensen ons daarbij niet te beperken tot het verlenen van diensten aan mensen met een dienstwagen. Ons doel is onze klanten bij te staan bij het uitbouwen van hun visie inzake mobiliteit voor alle werknemenrs en voor hun logistiek. Samen bepalen we een mobiliteitsvisie met aandacht voor people, planet en profitability. Naast traditionele leasingproducten bieden we daarom ook een oplossing voor cafetaria-plannen zodat alle werknemenrs van onze klanten kunnen genieten van onze aankoopkracht. En we gaan ons natuurlijk ook verder specializeren inzake mobiliteitplanning en multi-mobiliteit. Skipr heeft hier voor de technologische know how. ALD Automotive was zelf reeds actief inzake multi-mobiliteit met de ALD Move app. Deze laatste is voornamelijk gericht op het veranderen van gedrag van lease rijders. Skipr voegt hierbij een network van externe partenrs en vlotte betalingsmogelijkheden. Met de investering in Skipr zullen we nu de krachten van beide programma’s gaan combineren. De initiële focus inzake roll-out ligt in de Franse en de Belgische markt.

Het bericht ALD neemt participatie in MaaS start-up Skipr verscheen eerst op FLEET.be.